"Ik zou zo graag portretten schilderen, maar ik kan niet tekenen." Ik hoor het zo vaak, in mails, in mijn lessen, tijdens workshops. Het is misschien wel de meest voorkomende reden waarom mensen nooit aan een portret beginnen. Dus laat ik er eerlijk antwoord op geven.
Je hebt een tekening nodig, geen tekentalent
Elk portret begint met een soort tekening op het doek. Maar niemand heeft gezegd dat die tekening uit de losse hand moet, uit het hoofd, als een rechtbanktekenaar. Een tekening is alleen maar een beginpunt. Hoe die op je doek komt, maakt niets uit voor het schilderij dat je erbovenop maakt.
In mijn portretlessen leer ik vier verschillende manieren om een gezicht op je doek te krijgen. Alle vier worden ze door professionele schilders gebruikt. Kies de manier die prettig voelt, en wissel wanneer je wilt.

1. Overtrekken. Ja, overtrekken mag!
Ergens onderweg hebben we allemaal geleerd dat overtrekken vals spelen is. Dat is het niet. Kunstenaars gebruiken al eeuwen hulpmiddelen om over te trekken, van de camera obscura tot de projector. De tekening is niet het kunstwerk. Alles wat het schilderij van jou maakt, gebeurt na het overtrekken: de kleuren, de streken, de textuur, de sfeer. Als overtrekken je voorbij de angst en in de verf brengt, trek dan over.

2. De rastermethode
Je tekent een licht raster over je referentiefoto en hetzelfde raster op je doek, en dan kopieer je wat je ziet, vakje voor vakje. Opeens teken je niet meer "een gezicht", maar kleine, eenvoudige vormen, één voor één. Het vertraagt je, op een goede manier. Zelf gebruik ik deze methode niet zo vaak, maar ik ken bevriende kunstenaars die er dol op zijn en het heerlijk rustgevend vinden!

3. Meten met een verhoudingspasser
Mijn favoriete hulpmiddel, en het onderwerp van mijn meest bekeken video. Met een verhoudingspasser neem je een maat van je foto en zet je die vergroot over op je doek, zodat de verhoudingen kloppen zonder rekenwerk. Ik heb het gefilmd en stap voor stap beschreven in dit artikel over een portret tekenen met een verhoudingspasser.

4. Tekenen uit de losse hand
En natuurlijk kun je uit de losse hand tekenen. Maar hier is het geheim: uit de losse hand tekenen is geen gave waar sommige mensen mee geboren worden. Het is wat er gebeurt na genoeg portretten. Elke schilder die vlot gezichten tekent, heeft een stapel scheve gezichten achter zich liggen. De losse hand is niet de toegangseis, het is het souvenir dat je onderweg oppikt, na heel veel oefenen!
En soms: helemaal geen tekening
In veel van mijn lessen slaan we het tekenen helemaal over. We bouwen eerst een oppervlak vol textuur en kleur, en dan zoeken we het gezicht dat er al in verscholen zit. Een paar streken voor de ogen, een schaduw voor de neus, en er verschijnt iemand. Geen referentie, geen gelijkenis die moet kloppen, geen tekening om bang voor te zijn.
Dat is het deel dat niemand je vertelt: een portret hoeft op niemand te lijken (behalve als je echt iemand wilt schilderen die je kent, maar dat is een heel ander verhaal)
Het hoeft alleen maar als iemand te voelen.
Dus, moet je kunnen tekenen?
Nee. Je hebt een manier nodig om te beginnen, en je hebt er net vier leren kennen, plus één waarbij je het begin helemaal overslaat. Wat jouw portret de moeite waard maakt, is nooit de precisie van de tekening. Het is de textuur, de sfeer van het schilderij, het contrast, de sporen in de verf, het gevoel dat het portret je geeft..
Wil je het samen met mij proberen? Mijn Mini Portretten-les is een kleine, vriendelijke plek om te beginnen. We schilderen kleine gezichten, we houden ze los, en niemand controleert of ze op iemand lijken.








